Je ziet iemand op een hoek staan met een kaart in de hand, kijkend naar de straatnaambordjes, een beetje ten einde raad. Jij bent net een paar dagen in de stad en kent de omgeving al wat. Misschien twijfel je of je iets moet zeggen. De meeste verdwaalde reizigers zijn dankbaar voor een vriendelijk woord, en hulp geven is bovendien een leuke manier om iets terug te doen.
Vriendelijk en verstandig helpen
Spreek de persoon rustig aan, met een glimlach. Vraag vriendelijk of je kunt helpen, in de taal die je denkt dat de ander spreekt. Sommige mensen zijn wantrouwig, en dat is begrijpelijk. Laat ze de ruimte en dring je niet op. Als iemand zegt dat het goed gaat, dan is dat prima. Je hebt je hulp aangeboden en dat is genoeg. Wens de persoon dan een prettige dag en ga zelf gerust verder, want een vriendelijke groet is soms al voldoende.
Help met duidelijke aanwijzingen. Gebruik herkenningspunten die iedereen kan zien: een kerktoren, een brug, een groot gebouw of een opvallende winkel. Zeg niet alleen "links" of "rechts", maar bijvoorbeeld "bij de brug naar links". Laat het op de kaart zien en wijs met je vinger. Spreek langzaam en gebruik eenvoudige woorden, en vraag of het duidelijk is.
Ben je zelf niet zeker van de weg, zeg dat dan eerlijk. Kijk samen op de kaart, of stuur de persoon naar een winkel, een café of een informatiebalie waar men het wel weet. Het is beter om te zeggen dat je het niet weet dan om iets te raden. Niemand heeft er baat bij als hij met een verkeerde uitleg de verkeerde kant op gaat.
Blijf op een openbare plek en ga niet mee naar een verafgelegen plek, tenzij het voor beide partijen duidelijk en veilig aanvoelt. Je kunt ook gewoon een stukje meelopen als het in dezelfde richting is. Denk aan je eigen eerste dag in een vreemde stad, toen iemand jou hielp. Zulke kleine gebaren maken van een stad een vriendelijker plek, en ze geven je zelf een goed gevoel.