Veel mensen eten niet alles: uit overtuiging, uit gewoonte of gewoon omdat ze iets niet lekker vinden. Thuis is dat geen probleem, want je kent je winkels en je gerechten. In een vreemde stad ligt dat anders. Je weet niet wat er in een gerecht zit, je begrijpt de kaart niet, en je wilt niemand tot last zijn. Met wat voorbereiding en een open houding lukt het bijna altijd.
Duidelijk zijn zonder te zeuren
Bereid een paar zinnen voor. Leer hoe je in de plaatselijke taal zegt wat je niet eet, en schrijf het op een kaartje dat je kunt laten zien. Zo hoef je niet uitgebreid uit te leggen, en de bediening weet meteen wat je bedoelt. Wees vriendelijk en kort, en bedank altijd, ook als het antwoord een nee is. Meestal krijg je een mooi alternatief.
Kijk naar de kaart en de gerechten die bij de streek horen. Veel keukens hebben eenvoudige, lekkere gerechten zonder vlees, zoals groentesoepen, bonen, salades, gebakken groenten, brood met kaas of eieren. Vraag wat er in zit, als je het niet zeker weet. Je hoeft je niet te verontschuldigen, want vragen stellen hoort bij eten in een nieuw land.
Loop ook langs markten en bakkers. Daar vind je vaak verse, eenvoudige dingen: fruit, brood, noten, olijven, gebak. Een picknick van wat je hier koopt, is soms lekkerder dan een maaltijd in een restaurant, en je beslist zelf wat erin zit. Neem altijd iets kleins mee in je tas, zoals een stuk fruit of een reep, voor als je honger krijgt en niets in de buurt past.
Wees niet te streng voor jezelf, en blijf nieuwsgierig. Soms ontdek je dat een gerecht dat je niet kende, precies bij je past. Soms moet je een keer genoegen nemen met een eenvoudige maaltijd. Dat hoort erbij, en het is ook een verhaal. Als je vriendelijk en duidelijk bent, vinden de meeste restauranthouders een oplossing, en dan eet je gewoon lekker. Onthoud ook dat een simpele maaltijd van brood, kaas en fruit op een bankje aan het water vaak net zo goed smaakt als een groot diner.